Beste denksporter/denksportgeïnteresseerde,

 Het onderwerp sportiviteit en onsportiviteit heeft altijd mijn volle aandacht.
 Ik wil er een artikel over schrijven voor Schaaknieuws. Wil u daarom vragen:

 1 Welke ervaringen heeft u met onsportieve tegenstanders? Ook ervaringen 
 bij en vergelijkingen met het spelen van andere spellen/denksporten zijn
 welkom. Namen zal ik vertrouwelijk behandelen. Beter is het wellicht ze 
 niet te noemen. Voor top-/beroepsschakers maak ik -denk ik- een 
 uitzondering. Veel verhalen zijn bekend over omkoping e.d., zet terugnemen,
 spieken, en als iemand echt geld verdient met zijn sport, in de belangstelling
 staat, en onsportief is, dan moet hij ook maar de gevolgen van ondervinden.
 2 Zijn schakers extreem sportief of juist onsportief?
 3 voldoen de FIDE-regels in het opzicht van de sportiviteit?

 Ik zal vast een voorzetje geven van gedrag wat mij in de loop der jaren
 opgevallen is.

 * Ik  erger me kapot aan het praten tijdens de partij over de/een partij. Geregeld 
 overkomt het me dat iemand me, als ik wat rondwandel, me aanspreekt over de
 partij die ik aan het spelen ben. Ik antwoord dan altijd heel kort, en in de
 trant van: `ik sta slecht/goed, ik ga aanvallen' en dan stop ik. Het is me wel
 eens overkomen dat iem. me tijdens een toernooi aansprak over de variant
 die ik op het bord had gebracht. Hij zei dat ik de Pirc van mijn tegenstander
 goed behandeld hadf , en dat... Ik mompelde wat en ging snel weer naar mijn 
 bord, want dat ging mij echt veel te ver.
 Onder topschakers wordt echter ook gekletst over de partij en dat gaat soms heel
 ver. Donner geeft in `De Koning'een voorbeeld dat hij Timman aansprak:
 `waarom heb je niet die en die zet gespeeld.' Heb even geen zin om het op te 
 zoeken, maar D. raadde een zet aan die daarna nog steeds kon!

 In dit kader vallen ook omstanders  die te hard praten en zetten voorzeggen.

 * Ergerlijk vind ik ook de speler die tijdens de partij tegen zijn tegenstander 
 opmerkingen maakt over de partij. Onlangs maakte ik het volgende weer mee 
 tijdens een toernooi: Naast mij was een partij aan de gang, de witspeler verloor
 een stuk en zei tegen zijn tegenstander: `ja, 't is verloren, maar ik speel nog
 even door.' Ik begon me zwaar te ergeren. Immers, met  zo'n opmerking suggereer
 je dat je gaat opgeven. De ander kan al gauw zijn concentratie verliezen. De
 partij liep als volgt af: in een remise-achtige stelling werd remise gegeven. 
 De witspeler was nog trots ook op zijn resultaat. De smeerlap; hij had alsnog
 moeten opgeven!
 Overigens maakte Boris Spasski een zelfde opmerking tegenover Jan Timman, 
 Kandidatentoernooi 1985. Timman was ook van slag, maar won wel uiteindelijk.

 * Ooit kreeg ik van mijn in hevige tijdnood verkerende tegenstander na afloop
 van de partij (die hij verloor) het verwijt dat ik hem niet de gelegenheid had
 gegeven tot spieken op mijn notatiebriefje. Het merkwaardige was dat ik het ding
 gewoon voor me had liggen en niet had bedekt. De teleurstelling over een 
 verloren partij kan soms tot idiote verwijten leiden...

 * spieken. Bij een boekenstalletje, dat zie ik ook wel gebeuren, en met 
 computers. Niet voor niets zijn  mobiele telefoons in de speelzaal nu meestal
 verboden - met SMS kun je mooi zetten doorkrijgen. Of verbieden die
 toernooi-organisatoren alleen mobieltjes wegens geluidsoverlast?

 * Na elke gespeelde zet remise aanbieden

 * Een gespeelde zet terugnemen. (beroemd verhaal: het overkwam Lez Jongsma tegen
 Gufeld. Gufeld nam bij een landenwedstrijd) een zet terug, er waren
 geen neutrale getuigen, dus maakte een klacht geen enkele kans.

 * Omkoping & Expres partijen verliezen. De Roemeen Georghiu en enkele Joegslaven
 waren hierom berucht.

 * Onlangs was er een kwestie in het topschaak: Ponomariow had tijdens het
 laatste EK de avond voorafgaande aan zijn partij met Asejew remise met hem
 afgesproken (Volgens sommigen kun je je sportieve vraagtekens bij een
 dergelijke afspraak zetten). Vlak voor de partij begon, zei hij tegen 
 Asejew dat hij erop terugkwam. Asejew had zich niet voorbereid en was woedend 
 op P. die de partij won. Vrijwel elke profschaker vond P.'s gedrag niet 
 te tolereren.
 Ook op clubniveau worden afspraken gemaakt, bijv. een externe wedstrijd over
 een 4-4 stand, die ervoor zorgde dat de één promoveerde, en de andere 
 club niet degradeerde.
 * Bij snelschaken, rapidschaak en uitvluggeren gebeurt nogal eens wat.
 Vooral het oordeel van de scheidsrechter of iemand nou wel of niet op winst
 speelt, of een stelling wel/niet gewonnen is, telt mee. In Schaaknieuws 
 stond een paar jaar terug een ingezonden brief van Yehuda Pelter,
 waarin hij op deze zaken inging en ook meldde dat hij moeite had met
 scheidsrechters die zelf een ELO van ca. 1700 hadden en toch deze ingewikkelde
 zaken moest beoordelen.

 Vormen van sportief, nee eigenlijk normaal, gedrag lijken mij bijv.: - je
 onthouden van onsportief gedrag, je tegenstander iets te drinken aanbieden,
 het zeggen als je tegenstander zijn klok niet heeft ingedrukt, opgeven met
 een dame minder.

 Ja, de sportiviteit van de schaker. Ree schreef ooit in een stuk over een
 vechtpartij tussen schakers dat het hem meeviel dat er niet vaker gevochten
 werd, gezien de heftige emoties die tijdens en na de schaakpartij altijd
 onderdrukt moeten worden.

 Tot zover mijn verhaaltje.
 Graag verneem ik uw ervaringen en ideeën op dit gebied. Alvast veel dank. 
 En u weet, u mag deze e-mail gerust doorsturen en/of plaatsen in uw 
 clubblad of op uw website.

 Vriendelijke groet, Renzo Verwer
 verwer22@zonnet.nl